Lammyskrabbels.nl

Minikrabbels

De Luisterlijn

De Luisterlijn

De luisterlijn, goedemiddag. Met Irene.’

‘Hallo Irene. Luister, jij hebt toch een eh…hoe noem je zoiets, dat je moet zwijgen? Iets met privacy.’

‘Geheimhoudingsplicht?’

‘Precies. En je ziet mij niet?

‘Klopt. Ik hoor alleen jouw stem.

Mijn nummer ook niet?’

’Je belt volledig anoniem.’

‘De pastoor zei ook altijd dat hij mij niet zag, als ik kwam biechten. Nou echt wel. Hoe wist mijn vader anders dat ik …  ‘Hallo, ben je er nog?’

‘Ik luister.’

‘Oké. Nou, ik heb het dus gewoon gedaan … Ik bedoel dat hij me niets meer kan maken.’

Hij is hartstikke dood nu. ’

‘Jouw vader?’

‘Huh? Hoe kom je daar nou bij?’

‘Wil je vertellen wat er is gebeurd?’

‘Hij is gewoon doodgegaan. Dàt is er gebeurd.’

‘Wie?’

‘Meneer pastoor natuurlijk. Wie anders?’

‘Wanneer?’

‘Nou net dus. Ik sta er nog van te hijgen, hoor je dat niet? Dat kussen, wat moet ik daarmee doen? Wat raad jij me aan? …  Je luistert toch wel, mevrouw hoe-heet-je- ook-weer? O ja, Irene.

Mooie naam … Maar wat ik zeggen wou, jij weet van niets, hé? Jij hebt dat geheimhoudgedoe.

Jij hoeft alleen maar te luisteren en je zegt verdomme helemaal niets. …

Toch?’

Asiel

Asiel

Hier is het veilig wonen, waar de zee

de aarde in haar macht wil onderbrengen,

waar zout en zoet zich met elkaar vermengen;

de brakke grond brengt voedsel met zich mee.

 

Hier kun je vrijuit leven, in dit land,

amper aan zilte zeebodem ontstegen,

waar mens en dier verankeringen kregen

door stugge arbeid en met harde hand.

 

Hier moet het veilig zijn voor jou, die naar

dit land, waar golven geen bedreiging lijken

en waar de horizon eindeloos ver wil reiken,

gevlucht is voor geweld en voor gevaar.

 

Waar duin en dijken ons beschermen

mag ik mij over jou ontfermen.  

 

 

Inbreker

Inbreker

Halverwege de trap naar beneden, spits ik mijn oren. De driezitter kraakt.  

Die verdomde inbreker maakt het zich nog gemakkelijk ook. Wat een brutaliteit.

Met de hockeystick in een ijzeren greep nader ik de kamerdeur en leg mijn trillende hand op de klink.

De pendule slaat drie keer. Nu, nu toeslaan!

Ik wacht een halve minuut, sluip terug naar boven en pak mijn telefoon.

Altijd geweten dat ik een lafaard ben.

Fluisterend schreeuw ik om hulp.

‘Blijf aan de lijn,’ zegt de vrouw in de meldkamer. ‘Ze zijn onderweg.’

Ik sluit mezelf op in de badkamer, haal geruisloos de luxaflex een stukje op, om de politie te kunnen zien aankomen. Dan zie ik het memootje op de spiegel met mijn dochters handschrift.

Môgge pap. Niet schrikken als je beneden komt. Joep is zijn sleutel kwijt. Hij slaapt op de bank.

 

Ochtendstemming

Ochtendstemming

’s Ochtends in bed luistert ze eerst naar de geluiden uit de keuken.

Als haar moeder neuriet, springt ze uit bed, kleedt zich aan en begint vast met tafeldekken.

Dat is het fijnste moment van de dag.  Als  mama goed gehumeurd is, tenminste.

Klapt mama te hard met de deurtjes, dan is ze met het verkeerde been opgestaan.

Dan ontwijkt ze haar moeder zoveel mogelijk en pakt snel een broodje, voor ze de deur uitgaat.

Ze neemt een omweg naar school, zodat ze op het laatste nippertje aankomt.

Als er niemand meer op het plein is en de deur achter haar dichtgaat, heeft ze het goed gedaan.

Eenmaal binnen kunnen ze haar niets meer doen.    

 

Lastig kiezen

 

‘Lastig kiezen,’ zegt het kind,

‘nu mijn ouders  scheiden;

pa neemt de benen, ma een vriend

en ik, ik wil hen beiden …

 

“Ik eis de auto,”  dwingt mijn pa,

“want ik kan echt niet zonder.”

“Ik houd het bed,”  jammert mijn ma,

“dat is voor mij gezonder.”

 

De spullen zijn hen heel wat waard;

niets zal er gaan verloren.

Het gaat te vuur, het gaat te zwaard

en ik, ik sluit mijn oren …

 

 

 

Als ze klaar zijn met de boedel, 

zij het hare, hij het zijn,

krijgt mijn moeder mij, ze moet wel, 

want zijn flat is veel te klein.'

Lastig kiezen