Lammyskrabbels.nl

Mijn krabbels

Dat venster dat openging

  

 

Iemand zette dat venster, waar ik mijn vorige krabbel mee eindigde een stukje open.

Omdat ik niet weet of hij het op prijst stelt hier bij name genoemd te worden, houd ik het bij zijn initialen: M.A. vd T.

Ofwel “Mat.”

 

Mat heeft “Vergiskind” gelezen en kwam via deze en gene met mij in contact. Hij was positief over mijn debuut. We spraken over boeken, over schrijven, hij vertelde over zijn bestuurstaken en vroeg of ik Humanitas kende; een Nederlandse vereniging voor maatschappelijke dienstverlening en samenlevingsopbouw.

Mat vroeg of ik weleens had gehoord van het project “Levensboeken.”

Dat had ik inderdaad, maar daar was dan ook alles mee gezegd.

Hij vond mijn schrijfstijl goed passen in het format “Levensboeken” en vroeg of hij mij in contact mocht brengen met schrijvers die daar bij betrokken zijn.

‘Geheel vrijblijvend hoor,’ voegde hij er aan toe.

Waarom niet, dacht ik.

“Levensboeken” valt onder Humanitas. Als je meer wilt weten, klik dan op de link:

https://www.humanitas.nl/afdeling/zaanstreek-waterlad/activiteiten/humanitas-levensboek/

 

Ik besloot me erin te verdiepen. Een tijd van over en weer informatie uitwisselen en een gesprek met twee schrijvers die zo’n project coördineren, leidde ertoe dat ik me min of meer spontaan heb aangemeld als schrijver van levensboeken. Ofwel, ik ga een waargebeurd verhaal uit de eerste hand schrijven. Non-fictie.

Eerst maar eens ervaren of het inderdaad wat voor mij is.

 

En dat manuscript dan, dat voor een tijdje op de “plank” ligt? Verhuist dat nu naar de digitale prullenbak?

Geenszins. Marijn en de andere personages wachten nog. Ze hebben geen haast, maar zijn ook niet van plan ervandoor te gaan. Hoe meer zij zich beginnen te roeren, hoe dringender de noodzaak met dat verhaal verder te gaan.

Echter, als ik met mijn armen over elkaar ga zitten wachten op inspiratie, gebeurt er niets, vrees ik.

“Van schrijven komt schrijven” luidt het motto immers.

Niet voor niets worden stagnerende schrijvers aangespoord de pen op het papier, ofwel de vingers op de toetsen te houden. Het blijkt keer op keer dè remedie te zijn tegen stagnerende schrijfprocessen.

 

En zo word ik, naast fictie, ook nog eens een schrijver van non-fictie. Met verhalen uit de eerste hand van het hoofdpersonage zelf. Verhalen die er toe doen.

Om het met Humanitas te zeggen: Elk leven is de moeite waard en daarmee ook uw verhaal.

 

Zo zat het dus met dat venster.

Dank je wel, Mat.

 

Dat venster dat openging

 

Uitgaan  

 

Dansen in het flitslicht

opgaan in een monotone dwang 

 

ontsnappen aan de plicht

van het bestaan

oorverdovend lang 

 

lijven in het donker, dicht

opeengepakt 

 

 

echt,

alles is gericht

op het maken van contact.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Non-fictie-gedoe over fictie

 

 

 

Ongeveer een jaar geleden begon ik aan wat mijn tweede roman moet worden.

Voor de vroegere ervaringen van Marijn, het hoofdpersonage had ik contact met een vrouw, laat ik haar Ilse noemen, die is opgevoed door een alleenstaande moeder met een licht verstandelijke beperking. We raakten in gesprek. Na een tijdje vatte het idee post dat Marijn ook een l.v.g. moeder heeft. Dat vertelde ik en Ilse reageerde positief. Wel zei dat het niet haar verhaal zou worden, dat ik fictie schrijf, geen non-fictie.

In feit had ik haar niet meer nodig, maar we hadden met enige regelmaat een een prettig-gestoord contact.

Had ik het haar maar niet verteld.

Een paar weken geleden kreeg ik een eigenaardig mailtje met daarin het dringende verzoek te stoppen met dat verhaal. Ik begreep al snel dat Ilse door haar familie onder druk werd gezet om

mij niet meer te spreken, zelfs niet koetjes en kalfjes. Dat is haar goed recht natuurlijk.

Het leek erop dat ik in hun ogen een gevaar opleverde met mijn geschrijf.

Mijn reactie was dat ze zich geen zorgen hoefden te maken. Ik legde nogmaals uit hoe het zat en voegde een fragment toe waarin drie aspecten dat onderstrepen: Ander karakter, andere situaties en geheel andere keuzes. Wil Ilse geen contact meer, dan heb ik dat te respecteren. Het leek me op dat moment zelfs het beste.

 

Stoppen met mijn verhaal was uiteraard niet aan de orde.

Daar dacht de familie van Ilse anders over. Er werd zelfs gedreigd met een proces en hoewel ik daar niet op zat te wachten, was ik niet bang voor de uitkomst. 

Boekdelen zou ik kunnen schrijven over wat er nog meer volgde, maar ik liet mij niet de wet voorschrijven.

Ik sta in mijn recht en heb als auteur alle vrijheid wat betreft fictie.

 

Tot zover niets aan de hand, zou je zeggen.

Ware het niet dat het mijn plezier in het schrijven begon te ondermijnen. Het was alsof Ilse en consorten over de onschuldige schouders van mijn personages woest en met opgestoken middelvinger meekeken. Ik moest hen zien kwijt te raken. Hoe?

Plotseling wist ik het. Ik mailde dat ik nú stop met het boek, waarbij ik het accent aigu op “nu” wegliet en schreef erbij dat ik niet meer op mails zal ingaan en telefoontjes niet aanneem.

Dat lucht op merk ik al.

Het is geen leugen. Het bestand met al geschreven hoofdstukken ligt op de plank. Ik gun de personages en mezelf een sabbatical, tot ik er weer mee verder ga.

Ik heb er ook van geleerd: Komt er ooit weer zoiets op mijn schrijf-pad, dan zal ik het anders aanpakken. 

Het verbaast mij dat ik me zo klem gezet voelde. Door de heisa, maar ook door mezelf. Daar moet ik aan werken. 

 

Tenslotte deze spreuk die ik op een Engelstalige website tegenkwam. Vrij vertaald:  

Als er deuren op slot gaan en je kunt geen kant meer op, dan zul je zien dat er ergens een venster opengaat.

Dat klopt. Daarover meer in mijn volgende krabbel.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mijn vader 

 

 

Aalsen 12-08 – 1923             12-08-2022

 

Ik mis hem als ik orgels hoor, 

klavieren en een bas

in het pedaal.

 

 Ik mis zijn fluitje, sigaretten, 

zijn bijbel, zijn verhaal

 

Ik mis hem als de donder,

het weerlicht in de nacht,

zijn eigen-wijze taal.

 

‘Laat me mijn eigen gang maar gaan’

Ik mis het allemaal.