Mijn krabbels

Koninklijk Snoepgoed

Mijn pake van moeders kant deelde ze uit alsof het gouden stuivers waren. Grootmoeder van vaderskant gaf er altijd eentje mee naar huis, behalve als ik verkouden was, dan  kreeg ik er twee.

Het Wilhelmina-pepermuntje.

Al jaren ook de favoriet van onze kleinkinderen. Weggaan, thuiskomen en onderweg zijn: het gekroonde snoepgoed hoort erbij als slagroom op de taart.

Een traditie van minstens zeventig jaar.

 

Sommige grootouders hebben een schommel in de tuin, anderen een abonnement op de dierentuin of Netflix en weer andere opa’s en oma’s hebben koektrommels vol oreo-koekjes,  knetterkauwgom èn fireballs in huis.

 

Wij hebben wilhelmientjes.

 

Koninklijk Snoepgoed

Joris

IK BEN JORIS EN AL NEGEN

‘k ben niet bang en niet verlegen,

maar de laatste tijd maak ik me wel ‘ns kwaad

op de mensen, ja die grote,

want die zeggen onverdroten

dat Sint Nicolaas ineens niet meer bestaat!

 

Ik dacht eerst nog: ’t is een grapje

en ze hou-en me voor ’t lapje,

maar toen zeiden ze: de kerstman is niet echt.

Toen ze over hem begonnen,

dacht ik: zeker ook verzonnen...

Jeeminee, wat zijn die grote mensen slecht!

 

En m’n moeder en m’n ome

en de meester, ja die slome

hebben gisteren alweer iets nieuws bedacht.

Want de paashaas had met Pasen,

zo vertelde ze, die dwazen,

nimmer eieren in mandjes rondgebracht!

 

Ach, de mensen worden grijzer,

maar daarmee toch echt niet wijzer.

Ik heb gisteren de kerstman nog gebeld.

‘k Kreeg een groet van Sinterklaas en

straks ontmoet ik alle hazen,

want dan worden al hun eieren geteld!

 

Zelfs de sprookjes zijn verbannen

door die vrouwen en die mannen.

Ze geloven ’t niet, dat is de narigheid.

Arme mensen, ook de ouwe.

Arme mannen, arme vrouwen.

Strakjes raken zij hun dromen ook nog kwijt.

 

 

           Joris