Lammyskrabbels.nl

Verhalen

De moeder de vrouw

 

Ze is te vroeg. Ik had nog zo gezegd dat ze er pas kwart voor acht hoeft te zijn.

Tussen de kieren in het podiumgordijn zie ik haar op voorste rij plaatsnemen. De kaartjes op de stoelen ziet ze niet. Waarschijnlijk weet ze niet wat gereserveerd betekent.

Ik had het haar moeten vertellen. Niet aan gedacht.

Ik moet naar naar de schminkjuf. Over pakweg drie kwartier zal de hoofdmeester aandacht vragen voor klas zes. We voeren het door hem aangepaste toneelstuk uit: ‘De stille getuige.’

De juf strijkt met een sponsje over mijn wangen. Op de mouw van haar wollen trui is een slordige veeg oranjerode schmink terecht gekomen. Onwillekeurig gaan mijn gedachten naar buiten, naar de schapen met van die gekleurde strepen op hun vacht. Geheime tekens voor de boer. Keurmerken misschien.

Dat zouden ze ook bij mensen moeten doen. Blauw voor gewone, rood voor ongewone moeders.

 

Ik had het niet erg gevonden als ze was thuisgebleven. Dat doet ze anders ook, wat de school betreft. Dan hoeft ze niet te zien hoe mijn klasgenoten op het plein met dichtgeknepen neus in een boog om me heen lopen. Ze hoeft hen niet aan te horen als ze stinkdier of piskind schreeuwen. Ze hoeft niet te weten van de bezemkast, waar ik mijn kleren verstop, zodat ik die na de gymles niet uit een wc-pot hoef te vissen.

Laat de school maar aan mij over.

 

‘Ben je zenuwachtig?’ De schminkjuf ruikt naar rozen en viooltjes. Ik wil nee schudden, maar bedenk me. Als ze uitschiet ben ik weer het mikpunt.

Als ik nerveus ben, is dat omdat zij er is.

Ik dagdroom dat juf mijn moeder is, die mijn haren borstelt en brood voor me maakt. Ik stel me haar huis voor dat naar rozen en viooltjes ruikt. Maar als ik dan weer aan de vrouw denk, die daar pontificaal vooraan in de aula zit, schaam ik me. Zij kan het ook niet helpen.

Mijn klasgenoten worden in beslag genomen door het optreden. Ze letten niet op mij. Niemand let op mij, behalve als …Ach nee, laat maar.

Ik had geen pruik thuis. Meester heeft er een opgeduikeld. Die is veel te groot en wordt met elastiek en tape op zijn plek gehouden. Omdat ie over mijn ogen en oren zakt, heb ik weinig schmink nodig.

‘Schuif die lokken maar uit je gezicht als je opkomt,’ zegt juf. ‘Dat past wel bij het personage dat je speelt.’

Personage. Ik heb twee personages toegevoegd,’ zei meester. ‘Dan heeft iedereen een rol.’

Jammer, dacht ik. Ik hoopte stiekem dat ik niet mee hoefde te doen. ‘Ik wil wel helpen met het decor en zo,’ zei ik. Meester luisterde niet eens. Niemand luistert naar mij. Ik heb best wel eens een goed idee, maar het lijkt wel of… Nee, laat maar.

Het andere personage dat meester heeft bedacht is voor Ahmed. Die zit nog maar net op school en kan nog niet goed Nederlands lezen en spreken. Hij speelt een zwijgende schoorsteenveger. Iedereen zal denken, volgens meester, dat hij de getuige is.

Gelukkig heb ik een kleine rol. Drie keer moet ik opkomen, ‘zwijg en sta stil’ roepen en in de slotscène mijn pruik afdoen. Dan word ik ontmaskerd als de stille getuige.

 

Het is zover. Meester is uitgesproken. De gordijnen gaan open. Mijn klasgenoten wachten, tot het hun beurt is om te schitteren. Ik hoef nog lang niet op. Als ze nu maar gewoon doet. gaat gillen of zo. omgekleed te zijn. En als het afgelopen is zorg ik als eerste klaar te zijn. Dan trek ik haar mee, zodat we weg zijn voor de anderen er erg in hebben en naar haar wijzen, giechelen en elkaar aanstoten.

 

Ze klapt tè vroeg, tè hard en tè lang. Ze weet niet zo goed wanneer ze moet stoppen.

Als het mijn beurt is een persoonlijk woordje van de hoofdmeester aan te horen, blijft ze goddank gewoon zitten. Ze wrijft vergenoegd in haar handen. Een teken dat ze het naar haar zin heeft. Zo zit ze meestal als ze naar Spangas kijkt, of naar Goede Tijden. Alsof er niets aan de hand is.

Alsof ze niet mijn rare, bijzondere moeder is.