Lammyskrabbels.nl

Columns

Belhamel

 

Je hebt lui die de klok luiden en lieden die ‘m horen luiden, of ze nu wel of niet weten waar de klepel hangt.

Klokkenluider is geen beroep. Een opleiding is niet nodig. Klokkenluider ben je, soms tegen wil en dank.

Vroeger was een klokkenluider niet alleen iemand die aan het kerkklokkentouw hing. Hij luidde de klok ook bij brand of ander naderend onheil en voor het sluiten van de stadspoorten. Verder werd de klok, meestal in de vorm van een bel, door de dorpsomroeper geluid om nieuws te verspreiden. Zo’n man werd ook wel bellenman genoemd. Mijn moeder heeft het nog meegemaakt. ‘Negen heit de klok. Negen heit de klok.’

Tijd voor m’n avondpap, dacht de een. Ik heb nog een uurtje, constateerde een ander.

Ik vroeg me soms af hoe lang die man erover deed. Maar ‘kwart over negen heit de klok’ bekt niet lekker.

Als de omroeper niet goed wist waar de klepel hing, ontstonden er soms grappige situaties, zoals die keer dat een cursus voor moeders niet door ging. ‘Hedenavond geen moedercircus.’

 

De klokkenluider van de Notre-Dame was lang de bekendste. Tegenwoordig is dat Fred Spijker, die als maatschappelijk werker bij defensie weigerde te liegen tegen de weduwe van een omgekomen soldaat. De eerlijke man stak zijn nek uit, dus ging zijn kop eraf. Alles werd uit de kast gehaald om te bewijzen dat er bij hem een paar steken los zaten. Leugens op leugens. Fred Spijker heeft jarenlang strijd moeten leveren, voor hij volledig eerherstel en een schadevergoeding kreeg.

Een drama voor hem en zijn familie, een schande voor defensie en onze overheid. Maar…, winst voor de samenleving: zijn gevecht vormde de opmaat naar een fatsoenlijke klokkenluidersregeling binnen de dienstverlening in Nederland. Immers, het klokkenluiderschap is niet iets van vroegere tijden. En zoals ik al zei: klokkenluider word je, zelfs tegen wil en dank, omdat je niet anders kunt dan onrecht of misstanden aankaarten. Niet iedereen kan leven met wegkijken.

 

Het luiden van de (alarm)klok is niet leeftijdgebonden. Een wethouder van een middelgrote stad vertelt:

Joris is acht jaar en voetbalt op straat met zijn vriendjes, waaronder Mehmet. Meestal verliest hij, want Mehmet is supergoed, al zit hij niet op voetbal. En ook niet op schoolzwemmen, net als zijn broertje en zus. Als Joris Mehmet uitnodigt voor zijn verjaardagspartijtje, zegt Mehmet op het laatste moment af.

Langzamerhand valt het Joris op dat Mehmet zich vaker verontschuldigd voor leuke groepsactiviteiten. En altijd met een vriendelijk lachje en een grappig bedachte smoes. Daarom duurt het even voor Joris’ ouders beseffen wat er speelt.

Joris laat het er niet bij zitten. Hij schrijft een brief over Mehmet en over Mehmets vader die vindt dat ze hun eigen broek op moeten houden. Joris luidt de klok, pardon, de bel van de burgemeesterswoning en geeft de brief persoonlijk af. ‘Want,’ zegt Joris, ‘het stadhuis heeft geen deurbel.’

Nog diezelfde week schakelt de burgemeester stichting Leergeld in.

Joris en zijn voetbalvrienden weten zeker dat de plaatselijke voetbalclub mooie tijden te wachten staan.

 

Klokkenluiders. Ze steken hun nek uit en rusten niet voordat er recht is gedaan. We kunnen niet onder.

Petje af.

De samenleving wordt er alleen maar beter van.