Lammyskrabbels.nl

Columns

Het grootse kleine Nederland

De docenten in het basisonderwijs voeren actie. Uit protest tegen de toenemende werkdruk, onderwaardering en voortdurend veranderende eisen onderbreken zij hun werktijd met een uur.

Ook in mijn familie werken en werkten er mensen in het onderwijs. Ik herken de omstandigheden waaronder gepresteerd moet worden. Er waren weken waarin manlief zestig tot zeventig uur aan schoolwerk besteedde. Soms kwam hij de zoveelste avond laat thuis. Dan stak hij zijn hand uit.

‘Zal ik mezelf maar even voorstellen?’ ☺. Een deel van de lesvakanties gebruikte hij voor achterstallige klussen en voorbereidingen voor de eerstvolgende lesperiode. Dat was toen.

En met de invoering van Passend Onderwijs neemt de werkdruk alleen maar toe.

Hoewel we beseffen dat aan verbetering van de werkomstandigheden een prijskaartje hangt en de actie niet onmiddellijk tot het beoogde resultaat zal leiden, hebben de stakende meesters en juffen wel iets bereikt. Er is volop aandacht voor hun zorgen. De koopmansgeest in ons vraagt zich af of er oplossingen bestaan die niet al te veel kosten. Wat dat betreft staan we met beide benen in de Hollandse klei.

 

Maar dan mijn leesclub. Mensen met Nederlands als tweede taal, die de taallessen (bijna) hebben afgerond en nog beter willen leren lezen en converseren. Met hen deel ik wekelijks mijn passie voor literatuur. We kiezen boeken die herschreven zijn in een gemakkelijker te lezen weergave. Op dit moment verdiepen we ons in “Hoe duur was de suiker?” Een intrigerend verhaal dat zich afspeelt in Suriname, toen nog kolonie van Nederland. Een confronterend boek over slavernij, uitbuiting en de strijd daartegen.

De deelnemers komen uit Slovenië, Somalië, Eritrea, Hongkong, Iran en de Verenigde Staten. Hun achtergronden zijn divers als de wereld zelf. De één woont hier vanwege haar werk bij een internationale organisatie, waar alleen Engels wordt gesproken. Een ander is gekomen in het kader van gezinshereniging en weer een ander heeft een leven vol ellende en ontberingen achter zich gelaten en hoewel ze terug wil zodra het veilig is, maakt ze zich in hoog tempo het Nederlands eigen. Er is verdriet en zorg, maar vooral ook hoop en humor.

Wat deze bijeenkomsten zo boeiend maakt zijn de verschillen in achtergronden en ervaringen, waardoor elk van ons een eigen kijk heeft op de samenleving, op de actualiteit en op wat we lezen.

Iedere deelnemer vindt daar zijn/haar weg in, met begrip voor de ander. Het is voor hen bijzonder om volkomen jezelf te kunnen zijn in een omgeving die niet vanzelfsprekend is.

 

Maar als het over de stakende meesters en juffen gaat bestaat er geen verschil. Tot mijn verrassing zijn ze unaniem van mening dat het kleine Nederland een groots land is, waar je in vrijheid mag leven, waar niemand hoeft te bedelen en ieder recht heeft op zorg; waar de grootste natuurrampen aan voorbij gaan; waar men zelfs onder zeeniveau het water de baas is en waar een democratie bestaat om jaloers op te zijn. Dat je, als je ergens ontevreden over bent, dan gaat staken, dàt wil er bij de lezers van “Hoe duur was de suiker” niet in.

 

Ik luister en sta weer met beide benen in de Hollandse klei.