Lammyskrabbels.nl

Verhalen

Berend

Langzaam rijd ik over het parkeerterrein op zoek naar een plek voor mijn auto. Berend staat al bij de ingang. Ik had hem bijna niet herkend. In plaats van zijn onafscheidelijke legercoat, hangt er nu een te grote leren jas om zijn schouders.

 

Ruim drie jaar geleden ontmoette ik hem, toen hij tierend en scheldend de trap op stampte met zijn bemodderde legerlaarzen. Een collega wierp me een medelijdende blik toe, opgelucht dat de man niet op haar afprakenlijst stond.

‘Klop maar op de wand als er iets is,’ zei ze.

Dreigend stond hij in de deuropening en schreeuwde dat hij hier niets te zoeken had, dat niet hij, maar zijn casemanager gestoord was en dat hij niet van plan was om ook maar ergens aan mee te werken. Hij was kapot, zijn rug was de vernieling in geholpen door werkgevers die niet wisten hoe ze hun personeel fatsoenlijk moesten behandelen. En nu zijn vrouw de benen had genomen en hij zijn dochtertje niet meer zag, had hij meer dan genoeg aan zijn hoofd. De grofgebekte man negeerde mijn uitgestoken hand en schopte de stoel, die ik hem aanbood, ondersteboven.

‘Koffie?’ vroeg ik.

Zonder zijn antwoord af te wachten zette ik de stoel recht en liep naar de kantine. Het liefst schonk ik mezelf een glas wijn in.

‘Een lastpak,’ schamperde een werkbegeleider, die bezig was een cliënt te leren hoe de stoomreiniger werkte.

‘Zal ik koffie maken?’

Ik wimpelde het aanbod af. Het gaf me tijd om na te denken. Terwijl de koffie door het filter druppelde vroeg ik me af wat er allemaal moet zijn misgegaan in het leven van deze klant, nu hij op de eisen die aan hem gesteld worden niet anders weet te reageren dan bij voorbaat volop in de aanval te gaan.

Tegen mijn verwachting in wachtte hij in het kleine kantoor. Hij was zelfs gaan zitten en keek wantrouwend om zich heen. Op mijn vragen gaf hij geen antwoorden. We dronken de koffie.

Niks intake, niks begeleidingsbehoefte, niks 'wat is je doel?'

Berend had maar één wens: met rust gelaten worden.

 

Ik dacht hem niet meer terug te zien, maar zijn casemanager had hem in de tang. Berend kon zich een fikse korting op zijn uitkering niet veroorloven en stampvoette drie weken later de groepsruimte binnen, waar ik een stel wajongers probeerde het solliciteren onder de knie te krijgen.

Het lukte me hem in de kantine te stallen. Na de training was de pauze net begonnen. Berend hield zich afzijdig en had zijn vuil gelaarsde voeten op de verwarming gelegd.

Langs de weg van de geleidelijkheid leerde ik hem kennen. En hij mij. Pas nadat ik bij zijn casemanager verlenging van de eerste reïntegratie-fase had weten te bepleiten bespeurde ik een sprankje vertrouwen bij deze kwetsbare mens, wiens kinderleven een aaneenschakeling van dreiging en geweld was geweest. De man die als kind zijn vader adoreerde, al verbleef deze meestal in een huis van bewaring en die zijn moeder haatte om de mannen die ze in huis haalde en hem te grazen namen.

Niet dat hij dat allemaal vertelde, daar was Berend niet toe in staat. Het was zijn stiefzus die een keer mee kwam en in een paar zinnen Berends wanhopige en troosteloze leven schetste.

En nu, na een mislukte poging in de groenvoorziening, waar hij de voorman met een spa te lijf had willen gaan, na een fikse ruzie met de technicus in een ziekenhuis en na weggestuurd te zijn bij de afvalverwerking omdat hij koper stal, nu ontmoeten we elkaar in het zorgcentrum waar Berend is aangenomen als hul conciërge. Na een pittige laatste-kans-training.

 

Vandaag is zijn eerste werkdag. Over een kwartier begint zijn dienst.

‘Iedereen heeft hier belang bij,’ stelt Berend, als we naar de recreatieruimte lopen.

‘De directeur hier, die wil scoren met zieligerds zoals ik. De conciërge, die bijna met pensioen gaat en mij nu de rotklussen kan geven. Zelf ben ik mooi van die klotemanager af en jij moet natuurlijk je target halen, dus jij ook.’ Hij grijnst.

‘Maar omaatje heeft het meeste belang.’

Omaatje?

‘Die zat ook in de sollicitatiecommissie en deed me zo aan mijn eigen opoe denken, dat ik ter plekke ontdooide. Ik heb haar na dat gesprek opgezocht en gezegd dat ze me overal voor mag bellen, zelfs midden in de nacht. Voor omaatje doe ik alles.’

We vinden een plek in de serre.

‘Koffie?’

Hij wacht mijn antwoord niet af en stampt naar het buffet. Hij heeft zelfs zijn laarzen gepoetst.