Lammyskrabbels.nl

Columns

De Bierkaai

Mijn moeder was de eerste die mij met die “bierkaai” confronteerde, toen ik, dertien jaar jong, mijn zinnen op een bikini had gezet. Tegen de zin van mijn vader. Een strijd om zijn eer en mijn drang naar zelfbeschikking. Ik kende het gezegde niet, maar wist wel raad met “Wie niet sterk is, moet slim zijn.” Deze strijd won ik door het verboden B-woord uit de discussie te halen.

Het ‘tweedelige badpak,’ kwam mijn vader enigszins tegemoet. De bikini heeft hij nooit in levende lijve gezien. Gelukkig.

 

Een studiementor was de volgende die met de bierkaai aan kwam zetten, toen ik een onvoldoende voor wiskunde op wilde krikken. Voor een dwarse tiener als ik reden om er met gestrekt been in te gaan. Dat de hulp van mijn broer met wiskundeknobbel een hakken-over-de-sloot-resultaat gaf doet daar niets aan af.

 

Wie vecht tegen de bierkaai strijdt voor een hopeloze zaak. Aldus ook Wikepedia. Daar ben ik het dus niet mee eens.

Het gezegde ontstond in de 18e eeuw, toen de mannen van de bierkaai onoverwinnelijk leken tijdens straatgevechten, die in steden en op het platteland werden georganiseerd. Hoewel ze de autoriteiten een doorn in het oog waren, kwam er pas halverwege de 19e eeuw een eind aan dit volksvermaak, dat “hoopvechten” werd genoemd.

Dus wat nou: hopeloos?

 

Vechten tegen de bierkaai. Wie zegt dat het een hopeloos gevecht is, ontmoedigd mij. Wie meent dat het een hoopgevecht is, moedigt mij juist aan. 

De routeplanner zwijgt. De Bierkaai is niet meer. Verdwenen onder nieuwe plaveisels wisten de straatstenen al dat de kade het zou verliezen van de oprukkende verkeersstromen. De Bierkaai die het aflegt tegen de ‘bierkaai.’

Inspiratie zal ik elders moeten vinden.

 

Ik herinner me een verklaring in de taalrubriek van Trouw, niet zo lang geleden, over dit soort verouderde spreekwoorden. Struinend in het digitale archief probeer ik het terug te vinden, maar het lijkt alsof het gezegde zelf ook ten onder is gegaan. Vergeefs blader ik door kranten van recentere data en ineens valt mij het hoge bierkaai-gehalte op van zo’n beetje alles waar de krant van verhaalt. Alleen al de afgelopen week:

Het klimaatverdrag. Oorlog in Syrië. Honger in Noord-Korea. Turks nationalisme. Wetsvoorstel orgaandonatie. En wachtlijsten in de Jeugdzorg, om er maar een paar te noemen.

Daar valt het “tuig van de richel” bij in het niet, maar om een bierkaaigevecht te voorkomen, heb ik dàt niet gezegd.

 

Ik blader verder terug en lees dat een Franse agent een vrouwelijke badgast sommeert zich van haar bedekkende kleding te ontdoen. Me mijn anti-bikinivader herinnerend lijkt de strijd van vrouwen om zelf over hun kleding te beschikken, qua duur op de straatgevechten uit de 18e eeuw. 

Gevecht tegen de boer-kaai.

 

De Engel van Hoorn - www.engelvanhoorn.nl - heeft voor het huidige seizoen gekozen voor de woorden uit het lied dat Ramses Shaffi zing: Zing, vecht, bidt, huil..., enz. Deze beijeenkomst ging het over Vechten. Motto:  Vecht u ook tegen de bierkaai?

Op verzoek van de engel van Hoorn schreef ik deze column.