Lammyskrabbels.nl

Columns

Beste Esther

Vanaf vandaag ken ik jou een beetje, al hebben we elkaar nooit ontmoet.

We zijn niet de enigen die deze plek bezoeken. Dag in dag uit wachten de bezoekers in lange geduldige rijen tot ze naar binnen mogen.

Ik kom hier voor het eerst. En voor het laatst. Net als jij.

 

De strenge veiligheidscontrole bij de ingang vraagt om geduld en begrip.

Bijna alles moeten we achterlaten. Ook mijn tas mag niet naar binnen. Portemonnee en mobieltje stoppen we in onze zakken De camera hangt over een schouder. Ik kan met minder toe dan ik dacht.

Jij moest, behalve jouw bagage en familie, ook je waardigheid achterlaten.

 

We zijn op vakantie. Dit keer geen wandeling in de bergen of fietstocht langs een rivier. We bezoeken steden, musea en andere bezienswaardigheden. Zoals deze plek, waar een vriendelijke gids op ons wacht, als we eindelijk naar binnen kunnen.

Welkom in Auschwitz Eén.

Jij kwam hier tegen wil en dank. In plaats van een busritje met je kleinzoon, belandde je een week eerder in de trein die jou na een lange, ongemakkelijke reis naar hier bracht, waar bewakers met geweren en honden op jou wachtten.

Arbeit macht frei.

 

Ik kijk, luister en huiver bij alles hier, dat nog altijd verschrikkingen ademt, zelfs na zeventig jaar.

Ik ken de geschiedenis en toch word ik opnieuw en wreed wakker geschud.

Jij keek om je heen en zag angst. Je luisterde en hoorde bevelen. Je huiverde en hoopte dat de wereld eindelijk wakker zou worden.

 

In een propvolle bus overbruggen we de afstand naar Auschwitz Birkenau. Nog verder van de bewoonde wereld, omdat het doel ervan geheim moest blijven.

Omdat de afstanden tussen de kampen, de barakken, crematoria en andere gebouwen fors zijn, lopen we nu veel buiten. De open lucht is af en toe een verademing.

Vermoeid, ontredderd en bang ben jij hier, op die Rampe, uit de trein gekomen. Na de dagenlange reis vol ontberingen, hoopte je dat de buitenlucht een verademing zou zijn. Valse hoop, toen jouw man en zoon naar rechts en jij naar links werden gejaagd. Nadat je begreep dat je hen, zonder afscheid te kunnen nemen, nooit meer terug zou zien, vormde het doel van deze bestemming geen geheim meer voor jou.

 

Auschwitz-Birkenau. Hét centrale knooppunt binnen Europa dat de fabrieksmatige, systematische en logistiek gestructureerde genocide realiseerde op miljoenen kinderen, vrouwen en mannen.

En jij was één van hen.

 

“The book of names” bestaat uit een enorme rij manshoge, boeken, elk zo breed als een deur, waarin namen en data zijn geschreven van wie hier zijn omgekomen. Ik sta er bij, kijk er naar en voel me nietig. Eindeloze rijen data. Geen nummers. Namen, ook die van jou. Ongetwijfeld.

Het is niet mogelijk die boeken in te zien. Ze zijn te dik, te groot, te veelomvattend.

Jullie waren met te veel.

Maar ik weet wie je bent.

 

Ik sta in de barak, waar jij het laatst hebt ‘gewoond.’ De overvolle barak, waarin je dagen en nachten zonder water, voedsel en zonder latrines zat opgesloten. De barak als ‘wachtkamer’ omdat je er pas uit kwam zodra er een gaskamer vrij was. De laatste barak, waar jij je naam en leeftijd in de muur kerfde. Ik leg mijn hand er op en google in mijn mobieltje je naam.

Ster betekent die.

We zijn even oud nu.

 

Dag Esther.

Voortaan woon je in mijn gedachten.

Book of names