Lammyskrabbels.nl

Verhalen

Binnenstebuiten of buitenstebinnen

In Holland staat een huis. Huis van bewaring, penitentiaire inrichting of gevangenis. Met namen als Schutterswei, Westflinge, De Eenhoorn, in de volksmond Glasbak genoemd, omdat het veel ramen heeft. Zodat je naar buiten kunt kijken. Zodat buiten binnen komt of binnen buiten. Net hoe je het ziet. Een binnenste-buitenhuis.

 Onder supervisie van een gevangenispsycholoog voer ik enkele studieopdrachten uit binnen de muren van zo’n huis van justitie. Daar ontmoet ik Ramona, een vrouw in het laatste stadium van haar detentie. Binnenkort komt ze vrij en daar heeft ze het moeilijk mee. Hier, in de vrouwenvleugel, heeft ze haar "familie" gevonden. Voor het eerst in haar leven hoort ze ergens bij. Hoe dichter bij de vrijheid hoe wanhopiger Ramona wordt. Buiten is eng, binnen is veilig.

Op mijn vraag waar ze woont, wijst ze om zich heen. 'Dit is mijn huis.'

Binnenste-binnen, zo wil Ramona het graag.

 

Bas is een andere gedetineerde die deelneemt aan de opdracht. Hij zit een jarenlange straf uit en bevestigt dat er veel te leren valt voor hem. Overlevingstechnieken bijvoorbeeld. Bas denkt die hard nodig te hebben bij zijn terugkeer in een samenleving, die hem uitkotst. Zijn harde blik ontwijkt die van mij.

Op mijn vraag of hij op de één of ander manier wijzer is geworden gedurende zijn gedwongen verblijf hier, schudt hij zijn hoofd. 'Niet veel opgestoken,' zegt hij. 'Hoe langer ik hier ben, hoe zorgelijker het wordt. Helemaal als er weer eentje terug komt. Soms al binnen een maand. Op een dag is het licht uit hun ogen wel verdwenen, geloof me.' Bas zucht. 

'Iedereen hier is van plan nooit meer terug te keren en ik hoop steeds dat hen dat gaat lukken.'

De dertiger staart naar de getraliede vensters. Een bundel zonlicht beweegt stoffig boven onze hoofden.

'Als anderen het kunnen, kan ik het ook,' mompelt hij. 'Maar als de zoveelste terug keert word ik bang. Zo'n toekomst zie ik niet zitten, voor mezelf.'  Dan kijkt hij me aan. 'Maar waarom zou het mij anders vergaan?'

Ik doe er het zwijgen toe. Bas komt zelf met het antwoord.

'Een dak boven m'n hoofd en een baan. Dan zie je me hier nooit meer terug.'

Even later zie ik hem gaan, op weg naar zijn cel, met zijn péwé’er.

Zijn buitenste-binnenrelaas gonst na in mijn hoofd. Dan draait hij zich om. Grijnst.

'En een vrouw,'  roept hij. 'En misschien ook nog een kind.' 

Als ik naar huis fietst zingt dat liedje in mijn gedachten.

In Holland staat een huis.