Lammyskrabbels.nl

Verhalen

Sprakeloos

Sinds een week zwijgt mijnheer Schillinger.

‘Wilt u koffie?’ vraagt de gastvrouw van de soos. Mijnheer Schillinger knikt. Vriendelijk.

‘Kunt u opstaan?’ vraagt de fysiotherapeut. Mijnheer Schillinger komt, steunend op zijn handen, overeind. Zijn arts kan in het dossier niets vinden dat naar afasie of een woordvindprobleem wijst. ‘Kunnen we even praten?’ vraagt hij. Mijnheer Schillinger wendt zijn hoofd af. Bedroeft.

 

Ooit vertelde hij verhalen. Aan buurtkinderen, aan verjaardagsvisites, aan bridgevrienden en aan ieder die het wilde horen. Verhalen met ingebouwde moppen over Sam en Moos, waardoor hij, ondanks zijn licht Duitse accent, de indruk wekte een rasechte Mokumer te zijn. Met zijn vrouw deelde hij behalve een kleine woning in een volkswijk, ook het verdriet om hun onvervulde kinderwens. Waardig en stil.

Het leven van de Schillingers lijkt pas halverwege de jaren veertig te zijn begonnen. Alsof het paar bevrijdt was van wat een liefdevol, onbekommerd samenleven in de weg had gestaan. Hun geheimen bewaarden zij zorgvuldig. Glimlachend, met een zweem van pijn in hun ogen. Wanneer iemand er voorzichtig over begon zag mijnheer Schillinger kans het gesprek, met een kwinkslag, een andere wending te geven, waarop steevast een verrassende anekdote volgde. Zijn luisteraars hingen aan zijn lippen en stelden geen vragen meer. Mijnheer Schillinger bleek een geboren verteller te zijn. Tot mevrouw Schillinger ziek werd.

Toegewijd verzorgde hij haar tot het eind. Tijdens de begrafenisplechtigheid waren het de buurtkinderen die zijn verhalen vertelden, inclusief Sam en Moos, zodat er ook gelachen werd.

 

Verdrietig trok mijnheer Schillinger zich terug. Uitgeteld en uitvertelt.

Op de eerste verjaardag, zonder zijn vrouw, gaf de visite hem een puppy. Samen wandelden ze dagelijks naar de begraafplaats waar hij, gezeten op een boomstronk, eerst onwennig, gaandeweg als vanouds, haar zijn verhalen vertelde. Het verdriet bleef. De humor keerde terug.

 

Op een dag gleed hij uit en brak zijn heup. Het gemis van de wandelingen naar zijn vrouw deed het meest pijn, tot de buren hem elke zaterdag naar de begraafplaats duwden, terwijl de hond uitgelaten van plezier om de rolstoel rende.

Na zijn revalidatie verruilde mijnheer Schillinger de bridgeclub voor de ouderensoos. Als afscheidscadeau kreeg hij een zilverglanzende rollator, die hij op de begraafplaats tegen de grafsteen parkeerde en daarmee de boomstronk overbodig maakte. Dichter bij haar kon hij niet komen.

Mijnheer Schillinger begon weer verhalen te vertellen. Aan zijn soosgenoten, buren, de verjaardagsvisite en wie het maar horen wilde. Verhalen over zijn vrouw, haar Oudhollandse poppenverzameling, hoe ze sprak, zong en lachtte en over danslessen waar ze langgeleden schoorvoetend aan begonnen. Verhalen zonder Sam en Moos. Verhalen met humor.

Tot een week geleden.

 

Terwijl hij het graf van zijn vrouw naderde werd zijn hond onrustig. Even later bespeurde mijnheer Schillinger de uitgerukte planten, de bemodderde zerk, de vieze stronk en de scheefgetrokken steen, die uit het lood stond. Maar wat hem het hardst trof en hem voorgoed sprakeloos maakte, waren de letters, in lelijk roestbruin op de steen gekalkt. Drie letters.

Vanaf dat moment heeft mijnheer Schillinger niets meer te zeggen.